Wat raakt je kind in jou? | Over schaduw, projectie en innerlijk werk
Soms raakt je kind iets in jou wat ouder is dan het moment zelf.
Je kind wordt boos en jij voelt een enorme behoefte om die boosheid te stoppen.
Je kind is gevoelig en je merkt dat je daar onrustig van wordt.
Je kind trekt zich terug en je voelt direct de neiging om het op te lossen.
Of je merkt dat een bepaald gedrag van je kind je veel sterker raakt dan je had verwacht.
Dan kan het interessant zijn om niet alleen te kijken naar wat je kind doet, maar ook naar wat er in jou gebeurt. Niet om jezelf de schuld te geven. Maar om jezelf beter te leren kennen.
We nemen onszelf mee in hoe we kijken
We kijken nooit helemaal neutraal naar een ander.
Wanneer we naar ons kind kijken, nemen we ook onze eigen geschiedenis mee.
Onze ervaringen.
Onze overtuigingen.
Onze verwachtingen.
Onze angsten.
Onze behoeften.
Maar daar blijft het niet bij.
We dragen ook iets mee van vóór ons.
De manier waarop onze ouders met emoties omgingen.
Wat er binnen ons gezin wel en niet besproken mocht worden.
Welke eigenschappen werden gewaardeerd. Welke juist niet.
En soms nog verder terug: overtuigingen en patronen die al generaties lang worden doorgegeven.
Ook de cultuur waarin we opgroeien speelt daarin een rol.
Wat is een goed kind?
Wat is een goede moeder?
Hoe hoort een kind zich te gedragen?
Wat betekent sterk zijn?
Wanneer ben je succesvol?
Wat mag je voelen en wat liever niet?
Veel van deze ideeën nemen we mee zonder dat we ons daar dagelijks bewust van zijn. Ze worden onderdeel van hoe we naar onszelf, naar anderen en dus ook naar ons kind kijken.
Als je kind iets in jou raakt
Stel dat je kind heel boos wordt.
Voor het ene kind is boosheid een normale manier om te laten merken dat iets te veel is geworden. Maar misschien heb jij vroeger geleerd dat boosheid niet welkom was.
Dat je rustig moest blijven.
Dat je niet zo moeilijk moest doen.
Of dat je gevoelens voor jezelf moest houden.
Dan kan de boosheid van je kind meer bij je oproepen dan alleen irritatie.
Misschien voel je onmacht.
Misschien controle.
Misschien afwijzing.
Misschien een sterke behoefte om het gedrag zo snel mogelijk te stoppen.
Omdat er in jou iets geraakt kan worden wat al veel langer bestaat.
De schaduw
Carl Jung gebruikte het begrip schaduw voor de delen van onszelf die buiten ons bewuste beeld van onszelf vallen.
Dat kunnen eigenschappen zijn die we moeilijk vinden om van onszelf te erkennen.
Maar ook gevoelens, verlangens of behoeften die we ooit hebben weggeduwd.
Misschien mocht je vroeger niet boos zijn.
Misschien moest je altijd sterk zijn.
Misschien was er weinig ruimte voor verdriet.
Of leerde je dat je vooral lief, behulpzaam en aangepast moest zijn.
Wat niet paste binnen het beeld van wie je mocht zijn, kan naar de achtergrond verdwijnen. Niet weg. Maar uit het zicht.
Dat is een deel van wat Jung de schaduw noemde.
En soms kan juist de relatie met je kind ervoor zorgen dat zo'n deel weer zichtbaar wordt. Je kind veroorzaakt die schaduw niet. Het was al aanwezig. Maar het kan er wel licht op schijnen.
Projectie
Wanneer we iets van onszelf bij een ander leggen of in de ander vooral iets zien wat eigenlijk ook met onszelf te maken heeft, spreken we van projectie.
Ook als ouder kan dat gebeuren.
Je kind is koppig.
Of lui.
Of te gevoelig.
Of brutaal.
Maar wat zie je precies?
Zie je alleen je kind?
Of speelt er ook iets mee vanuit jouw eigen geschiedenis?
Dat betekent niet dat je waarneming automatisch onjuist is.
Je kind kan daadwerkelijk koppig zijn.
Je kind kan daadwerkelijk gevoelig zijn.
Je kind kan grenzen overschrijden of gedrag laten zien waar jij iets van moet begrenzen.
Projectie betekent niet dat alles wat je ziet “van jou” is. Het gaat er juist om dat je leert onderscheiden:
Wat is van mijn kind?
Wat is van mij?
En wat gebeurt er tussen ons?
Daar begint bewustwording.
Familiegeschiedenis en generatiepatronen
Sommige reacties begrijpen we pas wanneer we verder terugkijken.
Misschien reageer jij sterk op ongehoorzaamheid omdat gehoorzaamheid in jouw gezin vroeger heel belangrijk was.
Misschien vind je huilen moeilijk omdat emoties binnen jouw familie weinig ruimte kregen.
Misschien draag je een diep geloof mee dat je als ouder altijd beschikbaar moet zijn.
Of dat een kind dankbaar, netjes en succesvol hoort te zijn.
Je hebt deze overtuigingen niet altijd zelf bedacht. Je hebt ze misschien geleerd.
Van je ouders.
Van je grootouders.
Van de omgeving waarin je bent opgegroeid.
Van de cultuur waarin je leeft.
Dat betekent niet dat je familie “de oorzaak” is van alles wat je nu doet. Het betekent wel dat we allemaal ergens vandaan komen. En dat bewustwording soms ook betekent dat je onderzoekt:
Wat draag ik mee dat eigenlijk niet van mij is?
Schaduwwerk is geen zelfverbetering
Wanneer je over innerlijk werk of schaduwwerk leest, kan het gemakkelijk voelen alsof je ieder probleem bij jezelf moet zoeken.
Alsof je bij iedere heftige reactie moet denken:
Wat is er mis met mij?
Dat is niet waar het om gaat. Schaduwwerk gaat niet over jezelf repareren. Het gaat over jezelf leren kennen en herkennen. Over de delen van jezelf die je misschien liever niet ziet, niet langer automatisch wegduwen.
Over kunnen zeggen:
Dit voel ik.
Dit raakt mij.
Dit is misschien een oud patroon.
Dit hoort bij mijn geschiedenis.
En soms ook:
Dit is gewoon mijn grens. Hier hoeft niets diepers onder te zitten.
Niet alles heeft een verborgen betekenis. Maar sommige reacties kunnen ons wel iets vertellen.
Van reageren naar bewust kiezen
Wanneer je je eigen schaduw beter leert kennen, hoeft dat niet te betekenen dat je nooit meer geraakt wordt.
Je kind kan je nog steeds boos maken.
Je kunt nog steeds moe worden.
Je kunt nog steeds een grens moeten stellen.
Het verschil kan zitten in wat er daarna gebeurt.
Misschien ontstaat er een klein moment tussen de prikkel en je reactie. Een moment waarin je kunt voelen:
Wat gebeurt er nu in mij?
En vanuit daar kun je opnieuw kiezen.
Niet altijd.
Niet perfect.
Maar steeds iets bewuster.
Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van bewust ouderschap.
Niet dat je als ouder altijd rustig bent.
Niet dat je nooit projecteert.
Maar dat je bereid bent om jezelf te blijven ontmoeten.
Je kind werkelijk zien
Misschien is dat uiteindelijk waar dit innerlijke werk over gaat.
Niet om steeds meer met jezelf bezig te zijn. Maar juist om meer ruimte te maken om de ander werkelijk te zien.
Wanneer je jouw eigen overtuigingen, pijn en patronen beter leert herkennen, hoef je ze minder snel op je kind te leggen.
Dan ontstaat er meer ruimte voor de vraag:
Wie is mijn kind eigenlijk, los van mijn verwachtingen?
Niet het kind dat het volgens mij zou moeten zijn. Niet het kind dat past binnen mijn beeld van goed ouderschap.
Maar dit unieke kind.
Met een eigen karakter.
Een eigen binnenwereld.
Een eigen weg.
En misschien is dat een van de mooiste uitnodigingen van ouderschap: dat je kind je soms laat zien waar jij nog iets mag leren kennen.
De relatie tussen jullie kan een plek zijn waar je allebei steeds meer jezelf mag worden.
Hoe beter je jezelf leert kennen, hoe meer ruimte er ontstaat om je kind te zien zoals het werkelijk is.
Wil je onderzoeken wat er onder jullie dynamiek speelt?
→ Lees meer over gezinscoaching