Window of Tolerance: wat er gebeurt als de spanning te groot wordt
Soms lijkt het alsof je kind ineens niet meer bereikbaar is. Je vraagt iets en je krijgt een boze reactie. Je probeert te troosten, maar je kind wil niets van je weten. Of je kind wordt juist heel stil, trekt zich terug en lijkt helemaal in zichzelf te verdwijnen.
Misschien denk je op zo'n moment:
Waarom luistert mijn kind niet?
Waarom doet het zo moeilijk?
Ik probeer toch juist te helpen?
Maar wat als je kind op dat moment niet meer kán reageren zoals jij van hem of haar vraagt Niet omdat het niet wil. Maar omdat de spanning in het lichaam te hoog is geworden.
Ons zenuwstelsel heeft een bepaalde ruimte
De term window of tolerance werd geïntroduceerd door psychiater Daniel Siegel.
Het beschrijft de ruimte waarin ons zenuwstelsel voldoende gereguleerd is om te kunnen voelen wat er gebeurt én daar bewust op te reageren.
Binnen dat venster kunnen we nadenken.
We kunnen luisteren.
We kunnen contact maken.
We kunnen emoties voelen zonder er volledig door overspoeld te worden.
We kunnen flexibel blijven.
Maar wanneer spanning te hoog oploopt, kunnen we buiten dat venster raken. En dat gebeurt niet alleen bij kinderen.
Ook volwassenen kennen dit.
Boven het venster
Wanneer de spanning te hoog wordt, kan een kind in een toestand van hyperarousal terechtkomen.
Het lichaam staat als het ware op scherp. Je ziet misschien:
boosheid
huilen
schreeuwen
druk bewegen
slaan of schoppen
niet meer kunnen luisteren
heel snel praten
of juist helemaal geen woorden meer kunnen vinden.
Van buitenaf kan het lijken alsof je kind geen grenzen kent. Maar van binnen kan het voelen alsof er te veel tegelijk gebeurt. Het denkende brein raakt minder goed beschikbaar. Een kind kan op zo'n moment niet zomaar even besluiten om rustig te worden. De behoefte aan regulatie komt vóór de behoefte aan uitleg.
Onder het venster
Maar spanning kan ook de andere kant op gaan:
Sommige kinderen worden juist heel stil.
Ze trekken zich terug.
Kijken weg.
Reageren nauwelijks.
Lijken afwezig of moe.
Ook dit kan een reactie zijn van het zenuwstelsel wanneer iets te veel wordt. Waar het ene kind naar buiten ontploft, trekt het andere zich juist naar binnen. Het kan eruitzien als onverschilligheid of ongehoorzaamheid.
Maar soms is het lichaam simpelweg bezig met overleven en beschermen.
Gedrag vertelt niet altijd het hele verhaal
Dit is misschien wel een van de belangrijkste dingen die het window of tolerance ons kan leren:
gedrag is niet altijd een bewuste keuze.
Een kind dat overstuur is, heeft niet altijd meer woorden nodig.
Een kind dat overspoeld is, heeft niet altijd een uitleg nodig.
En een kind dat zich heeft teruggetrokken, heeft niet altijd aansporing nodig om “weer mee te doen”.
Soms heeft het lichaam eerst iets anders nodig:
Veiligheid.
Rust.
Nabijheid.
Beweging.
Een vertrouwde stem.
Of juist even ruimte.
Pas wanneer het zenuwstelsel weer wat meer tot rust komt, ontstaat er opnieuw toegang tot contact, taal en denken.
Eerst reguleren, dan leren
Dat betekent niet dat grenzen niet belangrijk zijn. Integendeel. Kinderen hebben grenzen nodig. Ze hebben voorspelbaarheid nodig. Ze hebben volwassenen nodig die stevig kunnen blijven wanneer zij dat zelf even niet kunnen.
Maar het moment waarop je een grens uitlegt, maakt verschil. Wanneer een kind midden in een enorme emotie zit, kan een lange uitleg nauwelijks binnenkomen.
Eerst reguleren.
Daarna kun je terugkijken.
Dan ontstaat er ruimte voor:
Wat gebeurde er?
Wat voelde je?
Wat had je nodig?
Wat kunnen we een volgende keer anders doen?
Zo wordt een moeilijk moment niet alleen iets wat opgelost moet worden.
Het wordt ook een moment waarin een kind zichzelf leert kennen.
Een kind leert zichzelf reguleren in relatie
Kinderen worden niet geboren met een volledig ontwikkeld vermogen om hun emoties en spanning zelfstandig te reguleren. Ze leren dit stap voor stap. En vooral in relatie.
Een rustige volwassene kan helpen om een onrustig zenuwstelsel weer richting veiligheid te bewegen. Dat noemen we co-regulatie.
Niet door alle emoties van je kind weg te nemen.
Niet door alles voor je kind op te lossen.
Maar door aanwezig te blijven terwijl je kind door de emotie heen beweegt. Soms is dat heel eenvoudig.
Je gaat erbij zitten.
Je praat zachter.
Je maakt minder woorden.
Je blijft dichtbij.
Of je geeft juist wat ruimte.
Je lichaam zegt als het ware:
Je hoeft dit niet alleen te dragen.
Maar ook jij hebt een window of tolerance
Hier wordt het voor ouders interessant. Want je kunt pas vanuit rust co-reguleren als jij zelf nog enigszins binnen je eigen window of tolerance bent.
En dat is niet altijd zo.
Je kind schreeuwt.
Jij hebt slecht geslapen.
De ochtend loopt uit.
Je moet op tijd weg.
En dan hoor je jezelf ineens harder praten dan je eigenlijk wilt. Ook jouw zenuwstelsel heeft een grens. Dat maakt je geen slechte ouder. Het maakt je mens.
Soms is de meest helpende stap daarom niet om je kind direct te veranderen, maar om eerst jezelf weer wat ruimte te geven.
Een ademhaling.
Even stilte.
Je voeten op de grond.
Een slok water.
Minder woorden.
Een paar seconden wachten voordat je reageert.
Niet om perfect gereguleerd te zijn.
Maar om jezelf weer terug te vinden.
Verbinding vóór controle
We zijn geneigd om gedrag te willen stoppen wanneer het ons ongemakkelijk maakt.
We willen dat een kind luistert. Rustig wordt. Meewerkt.
Maar misschien is de diepere vraag soms:
Wat gebeurt er nu in dit kind?
En:
Wat heeft dit kind nodig om weer beschikbaar te worden voor contact?
Dat betekent niet dat alles mag.
Een kind mag boos zijn, maar niet slaan.
Een kind mag verdrietig zijn, maar we hoeven niet alles toe te staan.
Een kind mag overprikkeld raken, maar grenzen blijven bestaan.
Alleen hoeft een grens niet tegenover verbinding te staan.
Je kunt tegelijk zeggen:
“Onze handen en voeten houden we bij onszelf.”
en
“Ik zie dat je heel boos bent. Ik blijf bij je.”
Dat is iets anders dan controle. Het is veiligheid bieden binnen een grens.
Je hoeft het niet meteen op te lossen
Het window of tolerance kan helpen om met andere ogen naar gedrag te kijken.
Niet:
Hoe krijg ik mijn kind weer rustig?
Maar:
Wat vertelt het lichaam mij?
Niet:
Waarom luistert mijn kind niet?
Maar:
Is mijn kind op dit moment eigenlijk nog beschikbaar voor luisteren?
En misschien ook:
Hoe gaat het met míjn eigen spanning?
Want bewust ouderschap betekent niet dat je altijd precies weet wat je moet doen. Het betekent ook niet dat je altijd rustig blijft. Het betekent dat je steeds opnieuw leert kijken.
Achter het gedrag.
Naar het lichaam.
Naar de behoefte.
En naar jezelf.
Soms begint verbinding niet met het vinden van de juiste woorden. Maar met samen weer landen. Door jouw rust, kan jouw kind rustig worden.
“Het kostbaarste geschenk dat we iemand kunnen geven, is onze aandacht.”
— Thich Nhat Hanh
Eerst veiligheid.
Dan verbinding.
Dan ruimte om te leren.
Want een kind hoeft niet eerst rustig te zijn om nabijheid te verdienen.
Juist in de momenten waarop het zichzelf even niet kan dragen, heeft het een ander nodig die helpt dragen.
Tot het weer zelf kan.
Wil je beter begrijpen wat er onder het gedrag van je kind speelt?
→ Lees meer over kindercoaching