Wat is ‘normaal’ gedrag?

Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘normaal gedrag’?

In onze maatschappij wordt vaak verwacht dat kinderen zich op een bepaalde manier gedragen. Dat ze op een bepaalde leeftijd iets kunnen, ergens tegen kunnen, stil kunnen zitten, luisteren of zich aanpassen aan wat er van hen wordt gevraagd.

Maar wat als dat niet helemaal past bij jouw kind?

Gedrag is niet aan vaste regels gebonden of een checklist waar je aan moet voldoen. Ieder kind is anders. Wat voor het ene kind vanzelfsprekend is, kan voor een ander voelen als ploegen door een moeras.

Dus wat noemen we eigenlijk normaal?

Misschien begint het wel met nieuwsgierig kijken naar het kind dat voor je staat, in plaats van het kind steeds te vergelijken met een bepaald beeld van hoe het zou moeten zijn.

De sociaal-emotionele ontwikkeling

Sociaal komt van het Latijnse socialis: verbonden zijn, leven met anderen.

In de ontwikkeling van een kind betekent dit onder andere dat het leert hoe het contact kan maken, hoe het zich kan verbinden met mensen om zich heen en hoe het zijn plek binnen een groep kan vinden.

Emotioneel gaat over wat er vanbinnen beweegt.

Emoties zetten ons in beweging. Boosheid kan je bijvoorbeeld helpen om voor jezelf op te komen. Verdriet kan laten zien dat iets belangrijk voor je is. Blijdschap kan je uitnodigen om te verbinden en te ontdekken.

Een kind leert gaandeweg steeds beter herkennen wat er vanbinnen gebeurt en hoe het daarmee om kan gaan.

De sociaal-emotionele ontwikkeling is daarmee een voortdurende wisselwerking tussen verbinding met anderen en verbinding met jezelf.

En dat ontwikkelt ieder kind op zijn eigen manier.

Nature & nurture: het samenspel van invloeden

Hoeveel invloed hebben erfelijkheid, temperament, opvoeding en omgeving op de ontwikkeling van een kind?

Het debat over nature versus nurture wordt soms neergezet als een keuze: óf aanleg, óf omgeving.

Maar zo eenvoudig is het niet.

Een kind wordt geboren met bepaalde eigenschappen en mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan temperament, gevoeligheid en de manier waarop het reageert op prikkels. Tegelijkertijd hebben ervaringen, relaties, opvoeding en de omgeving invloed op hoe een kind zich ontwikkelt.

Nature en nurture werken voortdurend op elkaar in.

Als ouder heb je daar invloed op. Niet door alles perfect te doen, maar door aanwezig en responsief te zijn. Door je kind serieus te nemen, liefde en veiligheid te bieden en duidelijke grenzen te stellen.

Je kunt niet alles bepalen.

Maar je kunt wel steeds opnieuw kijken:

Wat heeft mijn kind van mij nodig?

En misschien ook:

Wat vraagt deze omgeving van mijn kind? En past dat bij mijn kind?

Leren en ontwikkelen is geen standaardpad

Elk kind leert en ontwikkelt op zijn eigen manier en tempo.

De manier waarop jij iets wilt overbrengen — via woorden, via voorbeeld, via doen — kan verschil maken. Sommige kinderen hebben veel aan uitleg, anderen leren vooral door te ervaren, te observeren, te spelen of zelf te ontdekken.

Er is niet één methode die voor ieder kind werkt.

Het gaat om zoeken naar wat past bij jouw kind en bij jou als ouder.

En dat is soms een zoektocht.

Wat vandaag goed werkt, werkt morgen misschien minder goed. Een kind verandert, jij verandert en de omstandigheden veranderen mee.

Dat vraagt niet om steeds harder proberen, maar soms juist om opnieuw te kijken.

Wat kan jij als ouder doen?

Luister naar je kind en naar jezelf

Kijk niet alleen naar wat je kind doet, maar probeer ook te begrijpen wat er gebeurt.

Wat gebeurde er vóór het gedrag?

Wanneer zie je het vooral?

Wat vraagt de situatie van je kind?

En wat gebeurt er bij jou?

Gedrag kan iets vertellen, maar hoeft niet altijd een verborgen boodschap te hebben. Soms is gedrag ook gewoon gedrag. Juist daarom helpt het om nieuwsgierig te blijven in plaats van meteen een verklaring te zoeken.

(H)erken emoties

Je kunt woorden geven aan wat je ziet:

“Ik zie dat je heel boos bent.”

Of:

“Volgens mij was dit echt lastig voor je.”

Je hoeft niet altijd precies te weten wat je kind voelt. Je kunt ook nieuwsgierig vragen:

“Klopt het dat je hiervan baalt?”

Zo help je je kind om steeds beter woorden te vinden voor wat er vanbinnen gebeurt.

En ook hier geldt: niet iedere emotie hoeft meteen opgelost te worden.

Wees consistent in liefde en grenzen

Verbinding groeit niet zonder liefde, maar kinderen hebben ook duidelijkheid nodig.

Een grens kan juist veiligheid geven.

Je kunt dus tegelijkertijd zeggen:

“Ik snap dat je heel boos bent. Alleen houden we onze handen en voeten bij onszelf.”

Erkenning betekent niet dat alles mag.

Bewust opvoeden betekent voor mij dan ook niet dat je je kind overal in volgt en alles mag doen. Het betekent dat je probeert te begrijpen wat er gebeurt, terwijl je als ouder je verantwoordelijkheid en grenzen behoudt. Want we leven samen, en voor iedereen mag het leuk blijven. Respect, vertrouwen en verbinding zijn voor mij waarden die daarin belangrijk zijn.

Pas je manier van begeleiden aan

Kijk naar wat jouw kind helpt.

Misschien werkt praten goed. Misschien is samen doen fijner. Misschien heeft je kind eerst beweging nodig voordat het kan luisteren. Of misschien heeft het juist even rust nodig.

Durf los te laten wat niet werkt.

Niet om je kind steeds tegemoet te komen, maar om werkelijk te leren kennen wie je kind is en wat het nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen.

En wat als gedrag iets in jou raakt?

Soms raakt het gedrag van je kind niet alleen iets bij je kind, maar ook iets bij jou.

Misschien maakt de boosheid van je kind jou ontzettend onrustig.

Misschien raakt het je wanneer je kind zich terugtrekt.

Of misschien merk je dat je heel sterk reageert wanneer je kind niet luistert.

Dan kan het interessant zijn om niet alleen naar je kind te kijken, maar ook even naar jezelf.

Wat gebeurt er eigenlijk in mij?

Welke verwachting heb ik?

Waar ben ik bang voor?

Welke overtuiging neem ik mee uit mijn eigen opvoeding?

En misschien laat je kind je soms iets zien wat jij zelf nog mag onderzoeken.

Niet omdat het gedrag van je kind door jou wordt veroorzaakt, maar omdat de relatie tussen ouder en kind twee kanten heeft. Zo binnen, zo buiten, zo buiten, zo binnen. Soms kom je iets bij jezelf tegen, en soms bij de ander.

Daar kan een waardevolle ingang voor bewustwording liggen.

Niet ieder kind hoeft in hetzelfde plaatje te passen

Wanneer een kind afwijkt van wat wij gewend zijn, zijn we snel geneigd om te denken:

Hoe krijgen we dit kind zover dat het zich anders gaat gedragen?

Maar misschien is er soms een andere vraag nodig:

Wat heeft dit kind nodig?

En:

Wat vraagt deze omgeving van dit kind?

Natuurlijk moeten kinderen ook leren omgaan met de wereld om hen heen. Ze moeten leren wachten, rekening houden met anderen, grenzen accepteren en steeds meer verantwoordelijkheid dragen.

Maar die ontwikkeling vindt niet alleen plaats door het kind aan te passen.

Ook de omgeving kan soms bewegen.

Soms mag het systeem ook een beetje meebewegen met het kind.

Dat betekent niet dat alles om het kind moet draaien. Het betekent dat we niet alleen kijken naar wat een kind moet leren, maar ook naar wat het nodig heeft om tot ontwikkeling te komen.

Wat is dan ‘normaal’?

Misschien bestaat er helemaal niet één antwoord.

Er zijn natuurlijk ontwikkelingskenmerken en mijlpalen die ons kunnen helpen om de ontwikkeling van een kind te begrijpen. En soms is het belangrijk om verder te kijken wanneer een kind langdurig vastloopt of wanneer gedrag het dagelijks functioneren sterk belemmert.

Maar binnen die ontwikkeling is ruimte voor verschillen.

Voor kinderen die langzaam op gang komen.

Voor kinderen die veel voelen.

Voor kinderen die graag alleen zijn.

Voor kinderen die alles willen onderzoeken.

Voor kinderen die veel bewegen.

Voor kinderen die intens reageren.

Voor kinderen die liever eerst kijken voordat ze meedoen.

Het ene is niet automatisch beter dan het andere.

Het vraagt van ons als volwassenen vooral dat we blijven kijken.

Niet alleen:

“Hoe hoort een kind zich te gedragen?”

Maar ook:

“Wie is dit kind?”

“Wat heeft het nodig?”

“Wat wil het mij misschien laten zien?”

En soms ook:

“Wat mag er in de omgeving veranderen?”

Het pad naar zelfontdekking en verbinding

Als ouder hoef je niet alles perfect te doen. Je hoeft je kind ook niet precies te begrijpen om een goede ouder te zijn. Je mag samen ontdekken.

Door aanwezig te zijn. Door grenzen te stellen én verbinding te houden. Door nieuwsgierig te blijven naar gedrag, emoties, karakter en ontwikkeling. En door soms ook naar jezelf te kijken. Want misschien gaat bewust opvoeden uiteindelijk niet over het vormen van een kind naar een bepaald ideaal.

Maar over ruimte maken voor het kind dat er werkelijk is.

Niet om ieder gedrag goed te keuren, maar om eerst te kijken voordat je oordeelt.

En misschien is dát wel een mooiere vraag dan:

Is dit normaal?

Namelijk:

Wat gebeurt hier werkelijk?

Wil je samen onderzoeken wat er onder bepaald gedrag speelt, wat jouw kind nodig heeft en welke patronen er binnen jullie gezin meespelen? In mijn coaching kijken we voorbij het gedrag naar het geheel: naar je kind, naar jou en naar de dynamiek tussen jullie.

Liefdevolle groet,

Marijn

Vorige
Vorige

Meer dan woorden: jouw energie

Volgende
Volgende

Waarom "Hoe was je dag?" niet altijd het beste werkt