Help! Driftbuien bij je peuter? | Zo kun je je kind begeleiden
Begrijpen wat er gebeurt en hoe je kunt helpen
Driftbuien… voor veel ouders met een peuter vast herkenbaar. De bekende uitspraak ‘ik ben twee en ik zeg nee’ is er niet voor niets. In de peuterfase ontdekt je kind steeds meer zijn eigen wil, grenzen en mogelijkheden. En dat kan soms behoorlijk botsen.
Een driftbui kan intens zijn. Je kind kan schreeuwen, huilen, slaan, schoppen of op de grond gaan liggen. Voor jou als ouder kan het op zo’n moment best lastig zijn om te weten wat je moet doen.
Wat gebeurt er eigenlijk bij een peuter die zo boos wordt? En hoe kun je je kind in zo'n moment begeleiden?
De ontwikkeling van een peuter
Een peuter ontdekt steeds meer dat hij een eigen persoon is met een eigen wil. Ik wil het zelf doen! en ik wil dit niet! worden belangrijke zinnen.
Je kind wil steeds meer zelf bepalen, onderzoeken en ontdekken. Tegelijkertijd kan het nog niet alles wat het zou willen. Aankleden lukt niet zoals je kind het voor zich ziet. Een favoriete activiteit moet stoppen. Of jij zegt nee tegen iets wat je kind juist heel graag wil.
Dat verschil tussen wat je kind wil en wat er daadwerkelijk kan of mag kan veel frustratie opleveren.
Een peuter is bovendien nog volop bezig met het ontwikkelen van vaardigheden om emoties en impulsen te reguleren. Grote gevoelens kunnen daardoor snel oplopen.
Waarom heeft een peuter soms een driftbui?
Een driftbui ontstaat vaak wanneer de spanning of frustratie te groot wordt om er op dat moment op een andere manier mee om te gaan.
Misschien lukt iets niet. Misschien moet iets anders dan je kind wil. Misschien is je kind moe, hongerig of overprikkeld. Soms stapelen verschillende dingen zich op.
Een peuter kan nog niet altijd goed vertellen wat er precies aan de hand is. Het lichaam en gedrag nemen het dan als het ware over.
Dat betekent niet dat je kind ‘lastig’ is. Het betekent dat je kind op dat moment jouw hulp nodig kan hebben om weer tot rust te komen.
Ook veranderingen of spanning in de omgeving kunnen invloed hebben op het gedrag van een peuter. Denk bijvoorbeeld aan een verhuizing, een verandering binnen het gezin, spanning thuis, een nieuw broertje of zusje of een periode waarin er veel van je kind wordt gevraagd.
De belevingswereld van een peuter
Vanuit de belevingswereld van een peuter kunnen heel gewone situaties behoorlijk groot zijn.
Dagboek van een peuter:
Modder gegeten. Rare smaak. Mama zegt dat het niet mag.
Ik wilde water, maar kreeg melk. Ik wilde geen melk!
De boontjes vond ik niet lekker. Ik heb ze op tafel gegooid. Mama werd boos.
Een mooie rode stift gevonden. Ik wilde tekenen. Mama zei dat het niet op de muur mocht.
De afstandsbediening gevonden. Leuk ding! Mama wilde hem terug.
Lekker buiten gespeeld. Mama zegt dat we naar binnen moeten. Maar ik wil nog niet!
Aankleden? Waarom? Ik wil die groene broek niet. Ik wil de blauwe!
Voor ons als volwassenen lijken dit misschien kleine dingen. Voor een peuter kunnen ze op dat moment heel groot voelen.
Hoe kun je je peuter helpen?
De ontwikkeling van een peuter gaat razendsnel. Je kind wil steeds meer zelf, maar heeft jou tegelijkertijd nog hard nodig.
Blijf zelf zo rustig mogelijk.
Een peuter leent als het ware jouw vermogen om te reguleren. Dat betekent niet dat je altijd rustig móét blijven. Ook jij bent een mens. Maar hoe meer jij kunt vertragen en aanwezig kunt blijven, hoe meer houvast je je kind kunt bieden.
Geef ruimte aan emoties.
Boos, verdrietig of gefrustreerd zijn mag. Je hoeft de emotie niet meteen weg te krijgen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Je bent echt boos omdat je nog buiten wilt blijven.’ Daarmee keur je het gedrag niet automatisch goed, maar laat je wel merken dat je ziet wat er gebeurt.
Stel duidelijke grenzen.
Erkenning betekent niet dat alles mag. Als je kind bijvoorbeeld slaat, mag je dat begrenzen. ‘Je bent heel boos. Boos zijn mag, maar ik laat je mij niet slaan.’ Duidelijke en voorspelbare grenzen geven kinderen houvast en veiligheid.
Geef ruimte om zelf te ontdekken.
Peuters willen graag zelf doen. Geef je kind waar mogelijk de ruimte om te kiezen en te oefenen. Bijvoorbeeld: ‘Wil je je blauwe of je groene broek aan?’ Je geeft daarmee ruimte binnen de grens die er al ligt.
Kijk naar wat er onder het gedrag meespeelt.
Niet ieder gedrag heeft een verborgen boodschap. Soms is je kind gewoon moe, gefrustreerd of nog niet in staat om met een situatie om te gaan. Toch kan het helpen om nieuwsgierig te kijken: Wanneer gebeurt het? Wat ging eraan vooraf? Hoe reageer ik zelf? Wat heeft mijn kind op dat moment nodig?
Geef het goede voorbeeld.
Kinderen leren niet alleen van wat we zeggen, maar ook van wat we voordoen. Hoe jij omgaat met frustratie, grenzen en emoties is onderdeel van wat je kind leert.
Hoe ga je om met een driftbui?
Midden in een driftbui kan je peuter soms nauwelijks bereikbaar zijn. Praten, uitleggen of samen naar een oplossing zoeken werkt dan meestal minder goed.
Eerst weer landen. Daarna kun je samen verder.
Erkennen
Benoem wat je ziet, zonder de emotie te veroordelen.
‘Je bent heel boos.’
‘Je wilde nog buiten blijven.’
Aanwezig blijven
Je hoeft de driftbui niet direct op te lossen. Blijf in de buurt en laat merken dat je beschikbaar bent. Soms is jouw rustige aanwezigheid op dat moment al genoeg.
Begrenzen
Gaat het gedrag over jouw grens heen? Dan mag je duidelijk ingrijpen. Bijvoorbeeld wanneer je kind slaat, schopt of iets kapotmaakt. Je kunt de emotie erkennen én het gedrag begrenzen.
Ruimte geven om te ontladen
Sommige kinderen hebben tijdens of na een grote emotie behoefte aan bewegen. Even springen, stampen, buiten zijn of krassen op papier kan helpen om spanning kwijt te raken. Kijk vooral naar wat bij jouw kind past.
Pas later terugkijken
Wanneer je kind weer rustig is, kun je samen bespreken wat er gebeurde. Niet om een uitgebreide analyse te maken, maar om je kind stap voor stap te helpen begrijpen wat er gebeurde en wat een volgende keer misschien kan helpen.
En jij als ouder?
Een driftbui van je kind kan ook iets in jou raken. Misschien word je zelf heel boos. Misschien voel je machteloosheid, schaamte of de behoefte om het zo snel mogelijk te stoppen.
Dat betekent niet dat er iets mis is met jou als ouder.
Het kan wel interessant zijn om eens te kijken: Wat gebeurt er eigenlijk in mij wanneer mijn kind zo reageert?
Want opvoeden gaat niet alleen over wat je kind moet leren. Het gaat ook over jou, jullie relatie en de omgeving waarin je kind opgroeit.
Soms verandert er iets bij je kind wanneer jij anders leert kijken of reageren. En soms vraagt een situatie juist om iets anders van de omgeving.
Voorbij de driftbui kijken
Een driftbui hoeft niet meteen een probleem te zijn dat opgelost moet worden. Het kan onderdeel zijn van een ontwikkelingsfase, maar ook een signaal dat je kind op een bepaald moment meer nodig heeft: rust, duidelijkheid, verbinding, ruimte of ondersteuning.
Door niet alleen naar het gedrag te kijken, maar ook naar je kind, jezelf, jullie relatie en de omstandigheden eromheen, ontstaat er vaak meer ruimte om te begrijpen wat er werkelijk speelt.
Lukt het je niet goed om te begrijpen wat er achter het gedrag van je kind speelt? Of merk je dat bepaald gedrag veel bij jou oproept?
In mijn gezins- en kindercoaching kijken we samen naar het geheel. Niet om je kind te veranderen, maar om beter te begrijpen wat er gebeurt en wat jij en je kind nodig hebben om weer meer rust, vertrouwen en verbinding te ervaren.
Een eerste kennismaking is vrijblijvend.
Warme groet,
Marijn