Je kind ontploft: eerst weer landen, dan pas leren

Je kind komt thuis van school en ontploft.
Of na dag spelen.
Na een middag vol prikkels.

Thuis lijkt ineens alles te veel.

Een boze uitbarsting. Huilen. Schreeuwen. Misschien zelfs slaan of spullen gooien.

En jij vraagt je af: Wat gebeurt hier? Waarom nu?

Wat aan de buitenkant lijkt op lastig gedrag, kan ook een teken zijn dat je kind op dat moment over zijn of haar grens heen is.

Als de emmer vol zit

Een schooldag vraagt veel van een kind.

Luisteren.
Wachten.
Regels volgen.
Prikkels verwerken.
Samenwerken.
Rekening houden met anderen.
Steeds weer schakelen.

Sommige kinderen kunnen daar lange tijd mee omgaan. Tot ze thuiskomen.

Dan is de emmer vol.

Dat betekent niet dat ieder kind dat na school ontploft de hele dag emoties heeft ingehouden. Er kunnen allerlei factoren meespelen: vermoeidheid, honger, prikkels, veranderingen, spanning, een moeilijke gebeurtenis of simpelweg een dag die veel vroeg van een kind.

Maar soms zie je thuis gedrag dat je op school nauwelijks ziet.

De omgeving waarin een kind zich bevindt, maakt verschil. En wanneer een kind zich ergens veilig genoeg voelt om spanning te laten zien, kan het gebeuren dat emoties juist daar naar buiten komen.

Wat gebeurt er in het brein van je kind?

Wanneer een kind sterk wordt overspoeld door emoties of spanning, verandert er iets in de manier waarop het brein functioneert.

Een kind kan op zo'n moment tijdelijk minder goed bij vaardigheden als taal, overzicht, plannen en reflecteren.

De linker- en rechterhersenhelft hebben verschillende specialisaties, maar werken normaal gesproken nauw met elkaar samen.

De linkerhersenhelft is onder andere sterker betrokken bij taal, ordening en het stap voor stap analyseren van informatie.

De rechterhersenhelft speelt onder andere een belangrijke rol bij het verwerken van emoties, lichaamssignalen, sociale informatie en het ervaren van het geheel.

Dit is geen verdeling waarbij links het ‘denkbrein’ is en rechts het ‘emotionele brein’. Beide hersenhelften werken voortdurend samen. Juist die samenwerking is belangrijk.

Bij kinderen zijn de hersenen nog volop in ontwikkeling. De verbindingen en vaardigheden die helpen om gevoelens te begrijpen, er woorden aan te geven, overzicht te houden en impulsen te reguleren ontwikkelen zich stap voor stap.

Wanneer een kind overspoeld raakt, kan die samenwerking tijdelijk minder goed verlopen.

Je kind kan dan bijvoorbeeld niet meer goed uitleggen wat er aan de hand is, terwijl het gevoel wel enorm sterk aanwezig is.

Dat is ook waarom praten en uitleggen op zo'n moment vaak minder goed werkt.

Je kunt nog zo rustig vragen:

“Maar waarom doe je dit?”
“Kun je me vertellen wat er gebeurd is?”
“We hebben dit toch afgesproken?”

Maar als je kind op dat moment overspoeld is, is er simpelweg minder ruimte voor taal, logisch nadenken en reflectie.

Eerst weer landen. Dan pas leren.

De brug tussen voelen en begrijpen

Je zou de ontwikkeling van een kind kunnen zien als het steeds sterker worden van de verbinding tussen verschillende manieren van ervaren.

Een kind voelt eerst vaak heel direct. Een sensatie in het lichaam, een emotie, een schrikreactie.

Later leert het steeds beter om daar woorden aan te geven:

Ik ben boos.
Ik schrok.
Ik vind dit spannend.
Het was vandaag te veel.

En uiteindelijk kan het steeds beter terugkijken, verbanden leggen en bedenken wat het nodig heeft.

Die ontwikkeling gebeurt niet vanzelf los van anderen. Kinderen leren dit in relatie met de mensen om hen heen.

Als ouder kun je die ontwikkeling ondersteunen door eerst aan te sluiten bij de beleving van je kind en daarna pas te helpen met woorden, overzicht en richting.

Eerst verbinden, dan bijsturen.

Een voorbeeld

Een peuter valt en begint hard te huilen.

Jij ziet misschien een klein schrammetje en denkt: Dat valt toch wel mee?

Maar voor je kind is dat op dat moment helemaal niet de werkelijkheid.

Het voelt pijn.
Het is geschrokken.
Misschien is er even paniek.

Wanneer je dan zegt:

“Het valt wel mee, stop maar met huilen.”

vraag je eigenlijk al om iets waar je kind op dat moment nog niet toe in staat is: het gevoel relativeren.

Je kunt eerst aansluiten:

“Je bent geschrokken.”
“Dat deed pijn hè?”
“Ik ben bij je.”

Wanneer de spanning weer wat zakt, ontstaat er ruimte om verder te kijken:

“Zullen we even kijken waar je gevallen bent?”

Dat is niet hetzelfde als meegaan in iedere emotie of ieder gedrag. Je helpt je kind juist om gevoel en begrip met elkaar te verbinden.

Hoe jij je kind kunt helpen als het ontploft

Wanneer je kind overspoeld is, hoef je niet meteen het gedrag op te lossen.

Kijk eerst wat er nodig is om weer wat rust te vinden.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen:

  • minder praten en meer nabij zijn;

  • je stem zachter maken;

  • zorgen voor minder prikkels;

  • ruimte geven als je kind geen aanraking wil;

  • juist dichtbij blijven als je kind daar behoefte aan heeft;

  • een duidelijke grens stellen wanneer dat nodig is;

  • wachten met uitleggen en bespreken tot er weer ruimte is.

Soms is een glas water, even naar buiten, samen zitten of gewoon niets zeggen waardevoller dan tien goedbedoelde vragen.

Jouw eigen rust kan daarbij helpen. Niet omdat jij verantwoordelijk bent voor de emoties van je kind, maar omdat kinderen in de relatie met een volwassene kunnen leren hoe ze met spanning en emoties kunnen omgaan.

Je bent als ouder niet letterlijk de ‘brug’ in het brein van je kind. Maar in de relatie met jou kan je kind wel oefenen met precies die verbinding:

voelen → woorden geven → begrijpen → steeds meer zelf reguleren.

Wanneer je kind weer ruimte heeft

Pas wanneer je kind weer wat rustiger is, ontstaat er meer ruimte om samen te kijken.

Wat gebeurde er?
Was er iets moeilijk vandaag?
Wat merkte je in je lijf?
Wat had je nodig?
Wat zou de volgende keer kunnen helpen?

Je hoeft niet meteen een verklaring te vinden.

Nieuwsgierigheid is vaak waardevoller dan een snelle conclusie.

En soms weet je kind het zelf ook niet.

Je kunt dan helpen om woorden te geven aan wat er misschien gebeurde:

“Volgens mij was het vandaag allemaal een beetje veel.”

Of:

“Ik zag dat je heel boos werd toen we thuiskwamen. Misschien zat je al erg vol.”

Niet om jouw verklaring aan je kind op te leggen, maar om samen te onderzoeken.

Ook jij bent onderdeel van het geheel

Een uitbarsting van je kind kan ook iets in jou raken.

Misschien word je zelf boos.
Misschien voel je machteloosheid.
Misschien raakt het je wanneer je kind niet naar je luistert.
Of merk je dat je heel graag wilt dat het weer rustig wordt.

Dat is niet gek.

Opvoeden gebeurt niet los van jezelf. Jouw eigen ervaringen, overtuigingen en verwachtingen neem je ook mee in de relatie met je kind.

De vraag kan daarom twee kanten op:

Wat heeft mijn kind nu nodig?

én:

Wat gebeurt er in mij?

Juist wanneer je beide serieus neemt, ontstaat er ruimte om anders te reageren.

Het gedrag is niet het hele verhaal

Een kind dat ontploft is niet per definitie een boos kind.

Een kind dat huilt is niet per definitie verdrietig.

En een kind dat niet luistert, is niet per definitie ongehoorzaam.

Gedrag vertelt iets over wat er op dat moment gebeurt, maar de betekenis ervan kan verschillend zijn.

Daarom vind ik het belangrijk om verder te kijken dan het gedrag alleen.

Naar de ontwikkeling van je kind.
Naar temperament en prikkelverwerking.
Naar de omgeving en de relaties om je kind heen.
Naar wat er op dat moment speelt.
En ook naar wat het gedrag in jou oproept.

Van reageren naar begrijpen

Wanneer je kind ontploft, hoef je niet meteen te weten waarom.

Je mag eerst vertragen.

Eerst weer landen.
Dan pas leren.
Dan pas praten.
Dan pas samen kijken wat er nodig is.

Dat betekent niet dat je ieder gedrag moet accepteren.

Grenzen en verbinding kunnen naast elkaar bestaan.

Soms is de belangrijkste stap op zo'n moment simpelweg: er zijn, begrenzen waar dat nodig is en wachten tot er weer ruimte ontstaat voor contact.

En misschien begint daar wel iets moois.

Niet bij het veranderen van je kind, maar bij het opnieuw leren kijken.

Wil je samen kijken naar wat er speelt?

In mijn coaching kijken we niet alleen naar het gedrag van je kind, maar naar het geheel: je kind, jezelf en de dynamiek binnen jullie gezin.

Soms ontstaat er pas beweging wanneer je niet harder probeert te sturen, maar eerst beter gaat begrijpen wat er gebeurt.

Je bent welkom.

Liefs,

Marijn

Vorige
Vorige

Een oud verhaal loslaten in het ouderschap: ruimte voor vertrouwen en verbinding

Volgende
Volgende

Wat vertelt het gedrag van je kind?